De perfecte slag genekt door de wonderlijkste blessure: de zwabbervoet

Oud-schaatser Beorn Nijenhuis heeft het raadsel van de gevreesde zwabbervoet ontrafeld. Volgens het promotieonderzoek van Nijenhuis is de oorzaak neurologisch van aard. ‘Juist door veel te oefenen kan het verkeerd gaan.’
 
Erik van Lakerveld
23 juni 2023, 20:58
Beorn Nijenhuis (l) met zijn toenmalige trainer Gerard Kemkers tijdens de Nederlandse kampioenschappen in Heerenveen, 2008. Beeld ANP
 
Na jarenlang schaatsen kan een perfecte slag zomaar zoek raken door de wonderlijkste blessure uit de schaatssport: de zwabbervoet. De gevolgen kunnen groot zijn. Voor Gerard Kemkers betekende de kwaal het einde van een beloftevolle carrière. De blessure nekte ook tientallen andere schaatsers.
 
Wat gaat er precies mis bij zo’n zwabbervoet? Lang was de aandoening met onduidelijkheid omgeven, maar Beorn Nijenhuis – oud-schaatser en voormalig pupil van Kemkers – heeft het mysterie ontrafeld. Uit het onderzoek waarop Nijenhuis (39) vorige week aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) promoveerde, blijkt nu dat die onwillekeurige spiersamentrekkingen een neurologisch probleem zijn. ‘Het is een storing in het motorisch systeem’, legt Nijenhuis uit. Het lukt de hersenen niet meer de voet van de schaatser op de juist manier aan te sturen. Er trekt een siddering door de voet vlak voordat het ijzer op het ijs wordt gezet.
 

Ster voor de toekomst

In wetenschappelijk jargon heet dat ‘taakspecifieke dystonie’. Het komt voor bij bewegingen die iemand veel en bij herhaling heeft gemaakt. ‘Dat is ironisch: juist door veel te oefenen kan het verkeerd gaan’, zegt Nijenhuis.
 
Als schaatser kende Nijenhuis de gevaren van de zwabbervoet. Niet dat hij er zelf mee kampte, maar hij kende de verhalen van zijn oud-coach Kemkers. Als jong talent pakte Kemkers in 1988 brons op de olympische 5.000 meter in Calgary. Een ster voor de toekomst leek geboren. Drie jaar later, slechts 23 jaar oud, moest hij met schaatsen stoppen omdat hij zijn voet niet meer nauwkeurig kon aansturen. Ineens kende vrijwel iedere Nederlander het woord zwabbervoet.
 
Toen de in Canada geboren en getogen Nijenhuis tussen 2002 en 2009 onder Kemkers leiding bij de TVM-ploeg reed, werd er niet over gesproken. ‘In de ploeg was er de ongeschreven regel dat we er niet over praatten omdat het voor hem te pijnlijk was.’
 

Dystonie bij musici

Toch rustte er volgens Kemkers geen taboe op. ‘Voor mij was het een heel pijnlijke tijd toen het me overkwam. Ik was jong, in de bloei van mijn carrière toen het gebeurde. De liefde voor het schaatsen werd me afgenomen’, zegt hij.
 
Maar toen hij coach werd van Nijenhuis, was die pijn al grotendeels weggesleten. Wel probeerde Kemkers te voorkomen dat zijn schaatsers bij elk klein probleem met hun slag aan een beginnende zwabbervoet zouden denken. ‘Ik wilde het niet te prominent maken.’
 
Zelf beëindigde Nijenhuis zijn loopbaan, die hem op de Winterspelen van 2006 naar de 12de plaats op de 1.000 meter bracht, ook relatief vroeg. Op 26-jarige leeftijd verruilde hij de ijsbaan voor de universiteit. Hij specialiseerde zich tijdens zijn studie in neurowetenschappen en muziek en deed onderzoek naar taakspecifieke dystonie bij musici. Ook violisten en cellisten kunnen de finesses van hun spel verliezen omdat iets wat ze tot in de puntjes beheersten ineens niet meer lukt. ‘Het overkomt ongeveer 1 procent van de vioolspelers.’
 

Mysterieuze storing

Met zijn masterdiploma op zak zat Nijenhuis in 2018 in een Utrechtse koffiebar en moest denken aan zijn oud-coach en diens zwabbervoet. ‘Ik zette alle eigenschappen van zo’n zwabbervoet op een rijtje in mijn hoofd. Het leek in alle opzichten op wat ik van de taakspecifieke dystonie van musici wist.’
 
Al googelend bleek voor die veronderstelling geen bewijs. Er was nauwelijks onderzoek naar de zwabbervoet gedaan, met uitzondering van een artikel van zijn latere promotor Marina de Koning-Tijssen. Eenmaal aangesteld als promovendus aan de RUG kwam hij erachter dat het niet uniek voor de schaatssport is, zo’n mysterieuze storing in de motoriek. Ook in golf, waar het yips heet, komt het voor. En bij darten. ‘Dat onderstreepte mijn vermoeden dat de zwabbervoet een neurologische aandoening is.’
 
Kemkers mag het bekendste voorbeeld zijn van een schaatser die een zwabbervoet niet te boven kwam. Maar voor zijn onderzoek sprak Nijenhuis zeventig schaatsers van verschillende niveaus die met dezelfde kwaal te maken kregen. Eén van hen was marathonschaatser Roy Boeve, die net als Kemkers zijn schaatscarrière moest beëindigen. Dat gold sowieso voor zo’n 70 procent van alle schaatsers die Nijenhuis sprak.
 

Botox

Hoeveel schaatsers er precies worden getroffen door een zwabbervoet is niet duidelijk. Bij musici wordt het aandeel op zo’n 1 procent geschat. Dat zeventig schaatsers zich meldden na zijn oproep om aan zijn onderzoek mee te werken, verraste Nijenhuis. ‘We hebben natuurlijk best wat schaatsers in Nederland, maar ook geen miljoenen. Dan is zeventig al best veel.’
 
Een oplossing voor de aandoening biedt Nijenhuis’ onderzoek niet. Hij stelt wel vast dat er soms met heel specifieke strategieën verbetering kan optreden. En dat botuline toxine, beter bekend onder de merknaam botox, kan helpen om de spieractiviteit te verminderen en tegelijkertijd de verbinding tussen zenuwen en hersenen te veranderen. Daarmee wordt het opnieuw aanleren van een handeling makkelijker.
 
Ook variatie in het trainingsprogramma zou kunnen helpen bij het voorkomen van een zwabbervoet. Wie zorgt voor afwisseling in bewegingsvormen, maakt het motorisch systeem leniger en dus beter bestand tegen tegenslag. ‘Ik heb er nooit aan getwijfeld dat mijn lijf mij de baas was’, zegt Kemkers nu, ‘dat ik geen controle meer had over mijn rechtervoet. Het onderzoek van Beorn bevestigt wat ik altijd heb geweten, maar nooit kon uitleggen.’